Veelgestelde vragen

Algemeen

Waarom is het project Lob van Gennep gestart?

De initiatiefnemers van het project zien dat er kansen zijn om (1) de inwoners en ondernemers in de Lob van Gennep beter te beschermen tegen hoogwater, (2) de waterbergende werking van het gebied te verbeteren zodat stroomafwaarts waterstandsverlaging optreedt en (3) dat deze kansen samen kunnen gaan met het versterken van de gebiedskwaliteiten.

Welke partijen zijn initiatiefnemer en werken samen aan het project?

De Lob van Gennep is een project van 8 samenwerkende overheden. Dit zijn het Rijk (Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland, de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar en de waterschappen Limburg en Aa en Maas. Zij zijn de initiatiefnemers. Waterschap Limburg treedt namens de samenwerkende overheden op als trekker van de verkenning.

Wat verandert er door het project voor mij?

Na realisatie van het project Lob van Gennep zijn de dijken verhoogd en versterkt en ben je beter beschermd tegen hoogwater van de Maas. Daarnaast worden kansen benut om het gebied mooier te maken. We denken hierbij aan het aanleggen van voet- en fietspaden, het ruimtelijk inpassen van de dijken, het weer verbinden van de dorpen met de Maas en de Niers en het zichtbaar maken van cultuurhistorische waarden. De inpassing van de dijk en de kansen voor ruimtelijke kwaliteit worden samen met direct aanwonenden van de dijk onderzocht in werkateliers en met betrokkenen in de omgevingswerkgroepen.

Een belangrijke verandering die ingaat zodra de schop in de grond gaat (en dus wordt gestart met het verhogen en versterken van de dijken in de Lob van Gennep conform de waterveiligheidsnorm), is het opheffen van de status ‘rivierbed’. Het opheffen van deze status zorgt er voor dat er in de Lob van Gennep ruimte voor ontwikkelingen wordt gecreëerd; voor de bouw of verbouw van een bouwwerk in het landelijk gebied is geen vergunning van het Rijk meer nodig. Daarnaast zorgt het opheffen van de status 'rivierbed' er voor dat iedereen gelijke mogelijkheden krijgt om na een overstroming aanspraak te maken op de Wet tegemoetkoming schade bij rampen.

Wat zijn de gevolgen van de Lob van Gennep voor Duitsland?

Het project stemt de voortgang van het project en eventuele gevolgen daarvan af met betrokkenen in Duitsland. Momenteel worden er geen gevolgen gezien van het project Lob van Gennep voor de hoogwaterwaterveiligheid van het nabijgelegen gebied in Duitsland.

Het gebied vanuit Ven-Zelderheide richting het Duitse Kessel en verder heeft momenteel een open verbinding met de Maas via het Niersdal. Extreem hoge waterstanden op de Maas kunnen hierdoor doorwerken tot over de grens; water stroomt dan van de Maas via de Niers naar Duitsland. Een hoogwatersituatie in Duitsland treedt op door hoogwater in de Maas of de Niers.

Welke partijen betalen mee aan het project Lob van Gennep?

Alle 8 samenwerkende overheden leveren een financiële bijdrage aan het project (voor het geheel van verkenning, planuitwerking tot realisatie). Dit zijn het Rijk (Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland, de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar en de waterschappen Limburg en Aa en Maas. De mogelijke financiële bijdrage, zoals die in beeld is bij aanvang van het project, is opgenomen in de Startbeslissing. Pas aan het eind van de verkenning ontstaat een beeld over het voorkeursalternatief. Op dat moment maken partijen definitieve afspraken over wie welk deel meebetaalt aan het project en leggen dit vast in een gezamenlijke bestuursovereenkomst.

Waarom werken gemeenten mee aan het project Lob van Gennep?

De gemeenten werken mee om het gebied veiliger en mooier te maken dan dat het nu is. Door maatregelen te nemen in de Lob van Gennep kan het gebied beter beschermd worden tegen overstromingen dan in de huidige situatie. Daarnaast biedt het project kansen om de gebiedskwaliteiten te versterken. De gemeenten zien erop toe dat het hele gebied in ieder geval aan de wettelijke waterveiligheidsnorm gaat voldoen. Om die rol te vervullen, zijn de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar lid van de stuurgroep.

Wethouder gemeente Gennep Rob Peperzak: “Mijn inzet is om te zorgen voor maximale hoogwaterbescherming voor de bewoners. Want daar heeft iedereen recht op. Momenteel werkt het project de drie kansrijke alternatieven verder in detail uit en onderzoeken ze de effecten. Uiteindelijk leidt dit tot een voorkeursalternatief.”

Wethouder Mook en Middelaar Geertjan Wienhoven: “Ik woon al sinds 1996 in dit gebied en werd in 2006 wethouder. Ik heb een zorg die ik met alle inwoners deel. Ik heb van veel mensen gehoord hoe het hoogwater in 1993 en 1995 hen heeft geraakt en wat het met hen deed en doet. Dus als je mij vraagt of ik mee wil werken aan een betere hoogwaterbescherming, dan zeg ik volmondig ‘ja!’. Want ik hoop dat onze inwoners nooit meer hoeven mee te maken wat er bij eerdere hoogwaters is gebeurd.”

Hoe hoog ligt mijn huis?

Van de Lob van Gennep is een hoogtekaart beschikbaar waarop je kan zien hoe hoog jouw huis ongeveer ligt. Op de website van het Actueel Hoogtebestand Nederland kan iedereen de hoogte van zijn/haar perceel zien. Door in te zoomen of een adres/plaats in te vullen, kun je gebieden van dichtbij bekijken. Wanneer je op de locatie van jouw perceel klikt, verschijnt informatie over de hoogte in meters.

Hoogwaterbescherming

Hoe veilig is het gebied Lob van Gennep in de huidige situatie?

De dijken in het gebied zijn recent door het project Maaswerken verhoogd, waardoor ze bestand zijn tegen hogere waterafvoeren. In de huidige situatie is het gebied beschermd tegen hoogwater dat met een kans van 1/250 per jaar voorkomt (oude waterveiligheidsnorm die gold tot 1 januari 2017).

Hoeveel veiliger wordt het gebied na uitvoering van het project Lob van Gennep?

Eén van de drie doelen van het project Lob van Gennep is het verbeteren van de hoogwaterbescherming. Daarom worden de dijken verhoogd en versterkt conform de wettelijke waterveiligheidsnorm die sinds 1 januari 2017 geldt. De dijken in de Lob van Gennep moeten voldoen aan een beschermingsniveau met een overstromingskans van 1/300 per jaar. Alle drie de alternatieven die nu in onderzoek zijn, voldoen aan deze wettelijke waterveiligheidsnorm.

Welke maatregelen worden genomen om het gebied beter te beschermen tegen hoogwater?

Na uitvoering van het project Lob van Gennep voldoen de dijken aan de wettelijke waterveiligheidsnorm, welk alternatief er ook gekozen wordt.

Om aan die norm te kunnen voldoen, worden de huidige dijken verhoogd en versterkt. Vanwege de vele hoogteverschillen in het gebied is de benodigde verhoging niet overal in het gebied gelijk en verschilt het ook per alternatief. We werken op dit moment met een bandbreedte van +/- 0,2 m, omdat tussen nu en de uiteindelijke uitvoering van de versterking nog sprake kan zijn van nieuwe inzichten.

De verwachte dijkverhoging ten opzichte van de huidige situatie, bedraagt op het grootste deel van het dijktraject:

  • bij het alternatief Reguliere Dijken circa 0,5 tot 0,8 meter (+/- 0,2 m);
  • bij het alternatief Verbindende Dijken met vaste drempel(s) circa 0,8 tot 1,1 meter (+/- 0,2 m);
  • bij het alternatief Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening circa 0,9 tot 1,2 meter (+/- 0,2 m).

Een hogere dijk zal ook breder zijn. Een dijk die 1 meter hoger wordt, wordt aan beide zijden ook 3 meter breder. Op diverse locaties is daarnaast een extra verbreding van de dijk nodig, omdat de dijk onvoldoende sterkte heeft. In werkateliers met aanwonenden wordt gewerkt aan de inpassing van de dijkversterkingsmaatregelen in de omgeving.

Op sommige delen van het tracé zijn nu geen dijken aanwezig. Dit speelt bijvoorbeeld in delen van Milsbeek en Ven-Zelderheide. Daar zorgen de van nature aanwezige hoge gronden voor bescherming tegen hoogwater. Om te voldoen aan de nieuwe waterveiligheidsnorm zijn deze hoge gronden echter niet hoog genoeg. Maatregelen zijn nodig om de bestaande dijken via de hoge gronden op elkaar aan te sluiten. In de werkateliers wordt met aanwonenden onderzocht waar mogelijke nieuwe tracés van de dijk kunnen komen en of dit via een verhoging van de hoge gronden kan of via nieuwe dijken.

Wat houdt de wettelijke norm voor waterveiligheid in?

Sinds 1 januari 2017 geldt een nieuwe normering voor waterveiligheid in Nederland. Deze nieuwe normering zorgt ervoor dat iedereen in Nederland hetzelfde basisbeschermingsniveau tegen overstromingen heeft. De kans op overlijden als gevolg van een overstroming mag voor iedere Nederlander niet groter zijn dan 1 op 100.000 per jaar.

De veiligheidsnormen komen tot stand door te onderzoeken wat de kans op overstroming in een gebied is, wat de gevolgen daarvan zijn én er wordt rekening gehouden met de effecten van de verwachte klimaatverandering. Elementen die een rol spelen bij de berekening zijn het aantal inwoners en de economische waarde, de snelheid van overstromen en hoe hoog het water komt. Hierdoor kunnen dijken verschillende normen krijgen. Daar bovenop wordt extra en gericht geïnvesteerd in gebieden met een risico op veel slachtoffers en grote economische schade. Vitale en kwetsbare infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen en ziekenhuizen, krijgen extra aandacht.

Op basis hiervan zijn voor alle dijktrajecten de veiligheidsnormen bepaald. Deze zijn uitgedrukt in overstromingskansen. Voor de dijken in de Lob van Gennep is een norm bepaald met een overstromingskans van 1/300 per jaar.

Waarom zijn er andere waterveiligheidsnormen aan de overzijde van de Maas en verder stroomafwaarts?

Het verschil in wettelijke waterveiligheidsnormen komt voort uit de elementen die een rol spelen in de berekening van die normen. Omdat het aantal inwoners, de economische waarde en de hoogte van het water per gebied verschilt, heeft ook elk gebied een ‘unieke’ wettelijke waterveiligheidsnorm. Er wordt extra en gericht geïnvesteerd in gebieden met een risico op veel slachtoffers en grote economische schade. Vitale en kwetsbare infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen en ziekenhuizen, krijgen extra aandacht.

Voor de gebieden stroomafwaarts van Limburg geldt over het algemeen een strengere waterveiligheidsnorm (bijvoorbeeld een overstromingskans van 1/3.000 per jaar), omdat deze gebieden lager liggen ten opzichte van Limburg. Gebieden stroomopwaarts hebben over het algemeen een waterveiligheidsnorm waarbij de overstromingskans 1/100 per jaar is. De waterveiligheidsnorm die geldt voor het dijktraject van de Lob van Gennep is een overstromingskans van 1/300 per jaar.

Op de kaart van het Waterveiligheidsportaal kun je van alle dijktrajecten in Nederland de wettelijke waterveiligheidsnorm bekijken.

Kan de wettelijke beschermingsnorm voor dijken nog veranderen?

Nee. De norm is landelijk vastgelegd in de Waterwet en kan niet meer aangepast worden. De huidige normen zijn in werking getreden op 1 januari 2017. Dit was een actualisatie van de normen die in de jaren 60 van de vorige eeuw tot stand zijn gekomen.

Waterstandsverlaging stroomafwaarts door verbeteren waterbergende werking

Heeft de Lob van Gennep in de huidige situatie al een waterbergende werking?

Ja, het gebied Lob van Gennep heeft in de huidige situatie al een waterbergende werking. Voor alle gebieden achter rivierdijken geldt dat sprake is van een waterbergende werking op het moment dat deze gebieden overstromen door een extreem hoogwater. Dit geldt voor alle rivierdijken en zo ook in het gebied Lob van Gennep. De versterking van dijken aan de nieuwe waterveiligheidsnorm verandert hier niets aan.

In de praktijk is het zo dat als er extreme hoogwaterstanden optreden, hoger dan waar de dijken volgens de waterveiligheidsnorm op berekend zijn, de gebieden achter deze dijken overstromen. Op dat moment vindt tijdelijke berging van water plaats en zullen de hoogwaterstanden stroomafwaarts minder stijgen. Op deze manier zorgt de waterbergende werking van het gebied achter de dijken ervoor dat stroomafwaarts gelegen dijken minder verhoogd hoeven te worden.

Waarom wordt de waterbergende werking van het gebied verbeterd?

De dijken voldoen nu niet aan de wettelijke waterveiligheidsnorm en worden verhoogd en versterkt. In de praktijk geldt dat de dijken kunnen overstromen wanneer hoogwater optreedt dat extremer is dan waar de dijken volgens de norm op berekend zijn. Op het moment dat een dijk overstroomt, vindt tijdelijke berging plaats van water plaats in het gebied. Als de Lob van Gennep in de huidige situatie overstroomt, heeft dat een waterstandsverlagend effect stroomafwaarts.

Dit gebeurt echter tijdens afvoeren waar de hoogtes van dijken stroomafwaarts tegen bestand zijn. Het gebied Lob van Gennep overstroomt voor die stroomafwaarts gelegen dijken als het ware te vroeg. Door de dijken in de Lob van Gennep hoger en sterker te maken, volgens de huidige norm, blijft het gebied langer beschermd ten opzichte van de huidige situatie. Hierdoor blijft het gebied langer (tot extremere hoogwaters) droog. En wordt bij een uiteindelijke overstroming de waterbergende werking van het gebied pas bij extreem hoge afvoeren van de Maas benut.

De waterstandsverlaging die dit tot gevolg heeft, is van invloed op de benodigde hoogte van stroomafwaarts gelegen dijken. Hierdoor hoeven deze dijken minder verhoogd te worden. Het verbeteren van de waterbergende werking gaat op deze manier samen met het verbeteren van de hoogwaterveiligheid van de Lob van Gennep.

Alle drie de alternatieven in de verkenning zorgen voor een verbetering van de hoogwaterbescherming en voor waterstandsverlaging stroomafwaarts.

In welke situatie treedt een overstroming op, en wordt daarmee de waterbergende werking van het gebied benut?

Het gebied overstroomt bij een extreem hoogwater; extremer dan waar de dijken volgens de waterveiligheidsnorm op berekend zijn. Wanneer het gebied overstroomt wordt de waterbergede werking van het gebied benut en vindt tijdelijke berging van hoogwater plaats. Zie ook de uitleg bij de antwoorden op de vragen “Heeft de Lob van Gennep in de huidige situatie al een waterbergende werking?” en “Waarom wordt de waterbergende werking van het gebied verbeterd?”

Merk overigens op dat ingeval onverhoopt een overstroming van het gebied Lob van Gennep plaatsvindt, op dat moment een groot deel van de Limburgse dijktrajecten al met overstromingen te maken heeft. In de dagen voorafgaand aan zo’n hoogwater heeft dan al een grootschalige evacuatie voor heel Limburg plaatsgevonden.

Hoe kan het gebied beter beschermd worden tegen hoogwater en tegelijkertijd haar waterbergende werking behouden?

Door de hoogwaterbescherming te verbeteren kan tegelijkertijd de waterbergende werking verbeterd worden. Door het gebied beter te beschermen tegen hoogwater dan in de huidige situatie het geval is, speelt het gebied een rol bij het tijdelijk ‘bergen’ van een extreem hoogwater. Dat hoogwater is extremer dan waar de dijken volgens de norm op berekend zijn.

Om deze twee doelstellingen te behalen moeten de dijken enerzijds verhoogd en versterkt worden (conform de wettelijke waterveiligheidsnorm), zodat ze hogere waterstanden kunnen keren. Hiermee wordt voldaan aan het doel ‘verbeteren hoogwaterbescherming’. Doordat het water langer buiten het gebied wordt gehouden, treedt een overstroming pas op bij de extreme hoogwatersituaties die relevant zijn voor het bewerkstelligen van een waterstandsverlaging stroomafwaarts. Zo wordt voldaan aan het doel ‘verbeteren waterbergende werking’. Zie ook de uitleg bij de antwoorden op de vragen “Heeft de Lob van Gennep in de huidige situatie al een waterbergende werking?” en “Waarom wordt de waterbergende werking van het gebied verbeterd?”

Waarom wordt het opnieuw in gebruik nemen van de Beerse overlaat niet bekeken?

De Beerse Overlaat diende in het verleden voor het reguleren van overstromingen en wateroverlast langs de Maas. Het was een verlaging in de dijk tussen de Brabantse dorpen Gassel en Linden. Bij hoogwater stroomde water over de Beerse Overlaat het achterliggende gebied in en via een bedding (enkele kilometers breed en ruim 40 km lang) door de huidige gemeentes Cuijk, Grave, Oss, Maasdonk en ’s-Hertogenbosch weer naar de Maas. Dit leidde tot veel wateroverlast in dit gebied en bij hogere hoogwaters overstroomden ook de dorpen. Aanleg van dijken en kanalisatie van de Maas maakte dat de Beerse Overlaat niet meer nodig was voor het voorkomen van overstromingen elders. In 1942 is de Beerse Overlaat opgeheven.

De tijdgeest was anders dan nu: in Nederland waren we nog bezig met het winnen van land op de rivieren en meren. Terwijl de huidige tijdgeest is gericht op het zo veel mogelijk behouden van ruimte voor de rivier waaronder de Maas. Tegelijkertijd zijn de Maasafvoeren waar we vandaag de dag rekening mee houden heel anders dan die in de jaren ’30 en ’40. Sinds het sluiten van de Beerse Overlaat is in het gebied veel gebouwd. Met name ’s-Hertogenbosch, gelegen in het laagste deel van de voormalige Beerse Overlaat, kende grote uitbreidingen: Maaspoort, den Bosch Noord en Grote Wielen. Ook de andere steden en dorpen hebben zich hierin uitgebreid. Verder is belangrijke infrastructuur aangelegd zoals A2, A50, gasverdeelstation Ravenstein en dergelijke. De huidige dijk ter plekke van de voormalige overlaat is nu onderdeel van een dijktraject met een veiligheidsnorm van 1/10.000 per jaar.

Wettelijk gezien is het gebied van de Beerse Overlaat al vele jaren geen onderdeel meer van de Maas. Hierdoor wordt het opnieuw in gebruik nemen van de Beerse Overlaat niet opnieuw bekeken.

Ruimtelijke kwaliteit

Wat is ruimtelijke kwaliteit in de Lob van Gennep?

Ruimtelijke kwaliteit gaat in essentie om gedeelde gebruiks-, belevings,- en toekomstwaarden. Deze wat abstracte definitie is voor het projectgebied prima concreet te maken.

We kijken enerzijds naar de gebiedskwaliteiten die aanwezig zijn in een gebied. Hoe wil je deze gebruiken? En hoe zorg je ervoor dat ze mooi en herkenbaar blijven, nu en in de toekomst? Anderzijds draait het om het herkennen en ontdekken van (landschappelijke) kwaliteiten die je niet meteen ziet. De schoonheid en kwaliteit van een gebied zit soms in alledaagse elementen die niet meteen opvallen.

Een ander belangrijk aspect is het benutten van energie/enthousiasme. Hoe sluiten we aan op bestaande ideeën en projecten die al ‘in beweging zijn’ en hoe brengen we deze samen met de doelen van het project Lob van Gennep? Met andere woorden: hoe kunnen verschillende ontwikkelingen gecombineerd worden zodat ze elkaar versterken?

Welke gebiedskwaliteiten zijn er in de Lob van Gennep?

De Lob van Gennep is een uitgestrekt gebied tussen Mook en Gennep en ligt op de overgang van de Limburgse Maasvallei naar de Brabantse en Gelderse Bedijkte Maas. Het is een gebied met grote variatie aan bijzondere landschappen, natuurwaarden en een rijke geschiedenis. Enkele voorbeelden zijn de stuwwal met de Sint Jansberg, het diep gelegen Maas- en Niersdal, oude verborgen militaire linies met het Genneperhuis. Maar denk ook aan de Maasheggen, de Mookerplas bij Middelaar, de hooggelegen en kleinschalige rivierduinen bij Milsbeek, de Zeldersche Driessen en de fossiele Rijngeulen. In dit gebied liggen, op de hogere gronden, de karakteristieke dorpen Middelaar, Plasmolen, Milsbeek, Ottersum en Ven-Zelderheide.

Dit geheel maakt het gebied aantrekkelijk voor inwoners, bedrijven en toeristen.

Hoe wil het project de gebiedskwaliteiten in de Lob van Gennep behouden en/of versterken?

De grote landschappelijke aantrekkingskracht, cultuurhistorische waarden en belangrijke natuurwaarden worden door de bewoners gewaardeerd, vormen een bron voor lokaal toerisme en recreatie én zijn een cruciale pijler van de regionale economie.

Het verhogen en versterken van de dijken in de Lob van Gennep met het oog op betere hoogwaterbescherming en waterbergende werking, kan gebruikt worden om het gebied een impuls te geven. Het biedt kansen om de aanwezige gebiedskwaliteiten, ook die nu niet zichtbaar of niet benut worden, te behouden, te versterken en te verbinden.

Voorbeelden zijn:

  1. Het verbinden en uitbreiden van fiets- en wandelverbindingen tussen historisch erfgoed in  het Maas- en Niersdal.
  2. Het zoeken naar tracés voor nieuwe waterkeringen die passen bij de natuurlijke aard van het gebied (bijvoorbeeld verholen keringen in de rivierduinen bij Milsbeek).
  3. Het zoeken naar een manier om de dorpen als Middelaar en Ottersum met heldere routes en verblijfsplekken weer te verbinden met de Maas en de Niers.

Bekijk ook de tiende aflevering van Lob Actueel over ruimtelijke kwaliteit.

Wat zijn ‘Leidende principes’?

De Leidende principes zijn een leidraad in het project Lob van Gennep om gebiedskwaliteiten te koesteren en te versterken bij de uitwerking van alternatieven en latere detailuitwerkingen. Het zijn de uitgangspunten waar continu rekening mee wordt gehouden.

Lees er meer over in het document ‘Ruimtelijke kwaliteit Lob van Gennep, Leidende Principes’.

Welke Leidende principes gelden er voor het project Lob van Gennep?

In het project Lob van Gennep wordt er rekening gehouden met de volgende vijf Leidende principes:

  1. Bij de tracékeuze voor en versterking van de dijk en eventuele herinrichting van beken en natuurontwikkeling is het landschap leidend.
  2. Bij het ontwerp van de dijk komen we tot vanzelfsprekende dijken, denkend vanuit de directe omgeving.
  3. De dijk en directe omgeving dragen bij aan het contact van de dorpen met de Maas en Niers.
  4. Verbeter de ontsluiting en toegankelijkheid van het landschap voor gebruikers, wandelaars en fietsers.
  5. Dijkversterking en mogelijke maatregelen aan beekherstel en natuurontwikkeling zijn een fundament en katalysator voor de ontwikkeling van een vitaal landschap.

Een uitgebreide toelichting van bovenstaande principes lees je in het document ‘Ruimtelijke kwaliteit Lob van Gennep, Leidende Principes’.

Hoe wordt de omgeving betrokken bij het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit?

In onze gesprekken met de omgeving komen de gebiedskwaliteiten en de mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit te versterken op tafel. Dat doen we bijvoorbeeld aan de keukentafel, tijdens inloopspreekuren, in bijeenkomsten van de omgevingswerkgroepen en de werkateliers.

Voor de werkateliers hebben we de dijk langs de Lob van Gennep verdeeld in vier deelgebieden: Ven-Zelderheide, Ottersum, Milsbeek en Middelaar/Plasmolen. Bewoners van die gebieden die direct wonen en/of werken aan de dijk, zijn benaderd om deel te nemen aan de werkateliers.

De bewoners die zich hebben aangemeld voor de werkateliers, gaan samen met mensen van de gemeenten en technisch specialisten uit het projectteam concreet aan de slag met het verkennen, uitwerken en ontwerpen van (nieuwe) dijktracés en andere maatregelen. Samen onderzoeken we hoe én welke vorm van dijkversterking het beste past binnen de kwaliteit van de omgeving en welke mogelijke (aangrenzende) maatregelen we kunnen meenemen om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. De bewoners in deze werkateliers zijn de experts van deze omgeving en hun kennis en kunde wordt daarom optimaal benut.

Daarnaast zijn zes omgevingswerkgroepen ingesteld: Middelaar en Plasmolen, Milsbeek, Ottersum en Ven-Zelderheide, Agrariërs, Dorpsraden en Ondernemer. Deelnemers denken en werken mee met de te onderzoeken vragen en de tussenresultaten van het project, de mogelijke maatregelen om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren en reflecteren op tussenresultaten uit de werkateliers. 

Onderzoeken

Wat houdt het advies in van de commissie m.e.r. over de op te stellen milieueffectrapportage voor het project Lob van Gennep?

De Commissie m.e.r. is een onafhankelijk orgaan dat adviseert over de inhoud van milieueffectrapporten (MER). De commissie geeft op twee momenten in het proces een advies: een advies voor aanvang van het opstellen van een MER en een advies over het MER zelf.

De 8 samenwerkende overheden binnen de Lob van Gennep hechten belang aan een goed milieueffectrapport. In dat kader heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de commissie gevraagd advies uit te brengen. De commissie heeft haar eerste advies voor het op te stellen MER, uitgebracht op basis van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en de zienswijzen die hierop zijn binnengekomen. Dit advies kun je hier raadplegen.

Het Onderzoeksrapport HKV Hydraulische analyses laat zien dat het verschil in waterstandsverlaging tussen de alternatieven gering is. Wat betekent dat voor het voorkeursalternatief?

Het Onderzoeksrapport HKV Hydraulische analyses toont inderdaad aan dat het verschil in waterstandsverlaging tussen de drie kansrijke alternatieven gering is. Bij Reguliere Dijken is dat -0,07 meter ten opzichte van de huidige situatie, bij Verbindende Dijken met vaste drempel(s) -0,03 meter en bij Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening -0,12 meter. De verwachting was, bij de start van de verkenning, dat dat verschil groter zou zijn.

Deze resultaten vallen onder het beoordelingscriterium ‘Verbeteren waterbergende werking’.  De alternatieven worden beoordeeld aan de hand van zes beoordelingscriteria. De uitkomsten van alle criteria samen bepalen welk voorkeursalternatief gekozen wordt.

Uit het Onderzoeksrapport HKV Hydraulische analyses blijkt dat het waterstandsverlagend effect van de schuif minder groot is dan gedacht. Betekent dat dat de schuif van tafel kan?

Het onderzoek was onder andere bedoeld om de waterstandsverlagende effecten in kaart te brengen. Nu we deze resultaten hebben, worden ze mee genomen in het beoordelingskader waar alle drie de kansrijke alternatieven aan worden getoetst. De schuif kan dus nog niet van tafel, maar deze informatie geeft wel duidelijk aan dat de schuif minder voldoet aan de doelstelling van het project om voor waterstandsverlaging stroomafwaarts te zorgen dan vooraf was verwacht. Dat criterium weegt zwaar mee in de uiteindelijke afweging om tot een voorkeursalternatief te komen.

Opheffen status 'rivierbed'

Wat is en was het beleid en de regelgeving rondom het rivierbed?

Op dit moment is de begrenzing van het rivierbed en de bijbehorende vergunningplicht geregeld in de Waterwet, het Waterbesluit en de Waterregeling die in 2009 in werking zijn getreden. Deze wet- en regelgeving vervangt eerdere wet- en regelgeving op dit punt. Hier is een overzicht opgenomen van de regelgeving en het beleid die vanaf het einde van de 19e eeuw de omvang van de rivier de Maas en de vergunningplicht hebben geregeld.

Op 18 juni 2020 heeft Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) besloten dat de status ‘rivierbed’ wordt opgeheven bij gebieden achter een versterkte kering in de Limburgse Maasvallei. Dit geldt ook voor de Lob van Gennep. Wel is bij dit besluit bepaald dat de Lob van Gennep door de waterbergende werking van het gebied, een rol blijft spelen in het gehele Maassysteem. Daarom wordt voor de Lob van Gennep en voor het gebied Thorn Wessem, gewerkt aan een instrument om de gebiedsontwikkeling te begrenzen.

Wat betekent het opheffen van de status rivierbed?

Het opheffen van de status rivierbed zorgt er voor dat er ruimte voor ontwikkelingen wordt gecreëerd en dat iedereen gelijke mogelijkheden krijgt om aanspraak te kunnen maken op de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. De status rivierbed wordt opgeheven, zodra de dijk versterkt wordt conform de wettelijke waterveiligheidsnorm. Hiermee komt een einde aan een lange periode van onzekerheid.

De huidige status rivierbed op een gebied betekent namelijk dat bewoners en ondernemers niet zonder vergunning van het Rijk kunnen bouwen of uitbreiden. Die individuele vergunningplicht komt met het opheffen van de status rivierbed te vervallen. Voor 1 januari 2021 geven Rijk en regio gezamenlijk richting aan de kaders en het (wettelijk) instrumentarium voor deze gebiedsontwikkelruimte.
Daarnaast kunnen mensen die gebouwd of verbouwd hebben na april 1996, vanwege de huidige status rivierbed, na een overstroming geen aanspraak maken op de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Met het opheffen van de status krijgen alle mensen gelijke mogelijkheden voor tegemoetkoming op schade na een overstroming.

Meer informatie over het opheffen van de status rivierbed lees je hier.

Wanneer wordt de status rivierbed officieel opgeheven?

De status rivierbed wordt officieel opgeheven, zodra de dijk versterkt wordt. Tot die tijd blijft de status rivierbed voor de Lob van Gennep gelden.

Wat betekent het opheffen van de status rivierbed voor de drie kansrijke alternatieven?

Het besluit van minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) over het opheffen van de status rivierbed heeft geen invloed op de drie doelstellingen van het project (verbeteren hoogwaterbescherming, verbeteren waterbergende werking en verbeteren ruimtelijke kwaliteit). Deze blijven, als de status rivierbed opgeheven wordt, overeind. Dit betekent dat het besluit van de minister geen invloed heeft op de drie kansrijke alternatieven. Alle drie de alternatieven geven invulling aan de projectdoelstellingen.

Is bij het alternatief Verbindende Dijken met vaste drempel(s) en het alternatief Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening een aanwijzing als bergingsgebied nodig?

Bij de alternatieven Verbindende Dijken met vaste drempel(s) en Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening zijn specifieke maatregelen voorzien om de waterbergende werking te verbeteren. Bij een keuze voor één van deze alternatieven kan het nodig zijn om het gebied aan te wijzen als bergingsgebied. Deze status wordt dan opgenomen in de legger van Rijkswaterstaat en in het bestemmingsplan van de gemeente.

Schaderegeling

Kun je schadevergoeding krijgen na een overstroming?

Ja. Een verzoek tot schadevergoeding is mogelijk op het moment dat een overstroming is opgetreden en er schade is ontstaan. De Wet tegemoetkoming schade bij rampen treedt in werking als een gebied overstroomt en de Rijksoverheid de situatie verklaart tot een ramp. De Rijksoverheid stelt dan een schaderegeling vast. Daarin staan onder andere de procedure en de voorwaarden voor het indienen van verzoeken tot schadevergoeding. Denk bijvoorbeeld aan een drempelbedrag, een percentage van vergoeding van gemaakte kosten en het maximum uit te keren bedrag. Omdat de regeling voor tegemoetkoming van schade per gebeurtenis wordt vastgesteld, is over een concrete regeling nu nog niets te zeggen.

De Wet tegemoetkoming schade bij rampen is van toepassing in de huidige situatie en in de toekomstige situatie in de Lob van Gennep. Welk alternatief er aan het eind van de verkenning ook gekozen wordt. Dit blijkt uit het onderzoek dat het project Lob van Gennep heeft laten uitvoeren door Pels Rijcken advocaten en notarissen. Klik hier voor dit onderzoek.

Op dit moment hebben inwoners van de Lob van Gennep die gebouwd of verbouwd hebben vanaf 19 april 1996 nog geen recht op tegemoetkoming bij schade. Maar met het besluit van minister Cora van Nieuwenhuizen om de status ‘rivierbed’ op te heffen komt daar verandering in. Deze mensen krijgen dezelfde rechten als mensen die voor 19 april 1996 hebben gebouwd of verbouwd. Zie verder het antwoord op volgende vraag. 

Wat verandert het opheffen van de status ‘rivierbed’ aan het recht op tegemoetkoming schade bij rampen?

In juni 2020 heeft minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) besloten dat de status ‘rivierbed’ wordt opgeheven bij gebieden achter een versterkte kering in de Limburgse Maasvallei. Zodra de schop in de grond gaat en de dijk versterkt wordt conform de wettelijke waterveiligheidsnorm, wordt de status rivierbed opgeheven. Het gaat om 46 dijktrajecten, waaronder de Lob van Gennep. Klik hier om het persbericht te raadplegen, of bekijk de aflevering van Lob Actueel met een uitgebreide toelichting bij het besluit van de minister.

Door de status rivierbed op te heffen, wordt het recht op tegemoetkoming van schade na een overstroming voor iedereen gelijk. Op dit moment hebben inwoners van de Lob van Gennep die gebouwd of verbouwd hebben vanaf 19 april 1996 namelijk geen recht op tegemoetkoming bij schade. Met het besluit maakt de minister een einde aan deze ongelijkheid.

Op verzoek van wethouders Peperzak en Wienhoven is er onderzoek gedaan naar het laten vervallen van deze ongelijkheid. Klik hier om dit onderzoek te raadplegen. Het onderzoek is een van de bouwstenen geweest voor de beslissing van de minister. 

Geldt de Wet tegemoetkoming schade bij rampen ook bij elk van de drie alternatieven van de Lob van Gennep?

De Wet tegemoetkoming schade bij rampen is van toepassing in de huidige en de toekomstige situatie in de Lob van Gennep, welk alternatief er aan het eind van de verkenning ook gekozen wordt. Dit blijkt uit het onderzoek dat het project Lob van Gennep heeft laten uitvoeren door Pels Rijcken advocaten en notarissen. Klik hier voor het onderzoek.

Werkzaamheden elders langs de Maas en in het gebied

Wat wordt er elders langs de Maas gedaan m.b.t. hoogwaterveiligheid?

Langs de hele Maas vinden maatregelen plaats om Zuid-Nederland beter te beschermen tegen hoogwater. Zowel elders in Limburg als in Noord-Brabant en in België wordt en is aan de rivier gewerkt. Dit wordt gedaan door een combinatie van dijkversterking en maatregelen aan de rivier. Deze maatregelen samen zorgen voor een waterstandsverlaging van de Maas en het houden van droge voeten. Het is een aaneenschakeling van maatregelen die nodig zijn om ook in de toekomst voldoende waterveiligheid te houden. Verbetering van de de hoogwaterbescherming en de waterbergende werking van de Lob van Gennep is een van die maatregelen langs de Maas en erg belangrijk door de omvang van het gebied en de doorwerking van haar waterstandsverlaging tot aan de Biesbosch.

Wat gaat er gebeuren aan de flessenhals bij Mook?

Er is niet bekend of en wat er gaat gebeuren aan de flessenhals bij Mook. Het verwijderen van de flessenhals bij Mook is geen project dat onderdeel is van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, noch van het nationale Deltaprogramma. Of en wanneer dit een project zou kunnen worden, is niet bekend.

Hoe wordt er rekening gehouden met de spoorwegbrug bij Mook?

De huidige brug bij Mook zit in de modelschematisering van de Maas en hier wordt dus altijd rekening mee gehouden bij de bepaling van waterstanden. De pijlers van de brug zorgen voor enige maar geringe waterstandsverhoging in de Maas vanaf het moment dat de waterstand boven het stuwpeil uitkomt. Dat komt doordat de brug met zijn pijlers in het doorstroomoppervlak van de Maas zit.

Is waterstandsverlaging stroomopwaarts mogelijk door aanpassingen aan de spoorbrug bij Mook?

De brug staat grotendeels op pijlers waardoor er geen reële mogelijkheden zijn voor het maken van meer ruimte voor de Maas ter hoogte van de brug. De dijken/hoge gronden en bebouwing liggen hier vlak tegen de Maas aan. Er zou alleen extra ruimte voor de rivier gemaakt kunnen worden door dijkverleggingen landwaarts ten koste van de nu aanwezig bebouwing en infrastructuur. Gezien de grote impact daarvan en praktische onmogelijkheid is er geen rivierverruiming mogelijk bij de spoorbrug van Mook. Het vervangen van de spoorbrug in een type waarin minder of geen pijlers aanwezig zijn, zou enige (maar geringe) waterstandsverlaging stroomopwaarts kunnen opleveren. Maar een project voor aanpassing van de spoorbrug is nog niet voorzien in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport of het nationale Deltaprogramma.

Wat wordt er met de verruiming van de Maas bij Oeffelt gedaan m.b.t. hoogwaterveiligheid?

Onder de verbindingsweg Oeffelt-Gennep (N264) is een smalle waterdoorgang. Deze ‘flessenhals’ zorgt stroomopwaarts hiervan voor hogere waterstanden in de Maas. Het project ‘Ruimte voor de Maas bij Oeffelt' (waarvan de provincie Noord-Brabant trekker is) moet ervoor zorgen dat bij hoogwater de waterstand afneemt (zie de factsheet op hun website). Dit gebeurt door het verwijderen van delen van het huidige landhoofd bij de brug (aan Oeffeltse zijde) waardoor de doorstroomopening verbreedt, en door het verlagen van de uiterwaard.

Welke relatie heeft de Lob van Gennep met Meanderende Maas?

Zowel het project Lob van Gennep als het project Meanderende Maas valt onder het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Bij beide projecten worden de dijken versterkt en verhoogd om aan de wettelijke waterveiligheidsnorm te voldoen. En te nemen maatregelen worden gekoppeld aan kansen voor gebiedsontwikkeling.

Alle maatregelen die aan de Maas plaatsvinden, staan in verbinding met elkaar. Maatregelen hebben effect op het gebied zelf en op stroomopwaarts of stroomafwaarts gelegen gebieden. Bij het project Meanderende Maas vindt naast dijkversterking ook aanleg van een nevengeul plaats, waarmee de waterstanden stroomopwaarts verlagen. Bij de Lob van Gennep vindt naast dijkversterking tegelijkertijd verbetering van de waterbergende werking plaats, waarmee waterstanden stroomafwaarts verlagen. Zie verder de antwoorden op de vragen bij “Waterstandsverlaging stroomafwaarts”.

De werking van de Maas

Wat zijn stuwen en waarom staan ze in de Maas?

Een stuw is een waterbouwkundig werktuig dat als doel heeft de waterspiegel in een rivier te controleren. Het is een soort deur die het water tegenhoudt, oftewel: opstuwt. Naast elke stuw is een sluis die schepen naar het volgende waterniveau brengt.

In de Maas zijn in het begin van de vorige eeuw zeven stuwen gebouwd. Deze zorgen ervoor dat er in tijden van beperkte wateraanvoer voldoende waterdiepte is voor de scheepvaart. De stuwen houden een deel van het rivierwater tegen, waardoor het waterpeil stijgt en schepen kunnen varen. Ze zijn zo gebouwd dat in het hele stuwpand (het traject tot aan de volgende stuw) de waterdiepte minimaal 3 meter bedraagt.

Wanneer worden de stuwen gestreken?

De stuwen in de Maas worden gestreken (‘geopend’) bij verhoogde Maasafvoeren, wanneer de hierover vastgelegde waterstand wordt bereikt. De eerste stuw die gestreken wordt, is Belfeld (Maasafvoer ca. 1.100 m3/s), daarna volgen Roermond (ca. 1.200 m3/s), Sambeek (ca. 1.400 m3/s), Grave en Linne (ca. 1.500 m3/s). De stuwen bij Lith en Borgharen (ca. 1.700 m3/s) worden als laatste gestreken. De scheepvaart wordt gestremd vanaf een Maasafvoer van ca. 2.000 m3/s.

Kunnen de stuwen eerder gestreken worden om bij hoogwater hogere waterstanden te voorkomen?

Nee: wanneer de Maasafvoer doorstijgt naar bv. 3.000 m3/s, zijn de stuwen al lang geopend en hebben ze dus geen invloed meer op de waterstanden. De stuwen worden dus al gestreken vooraleer er sprake is van hoogwater.

Wat is kwel? En hoe wordt de kwelproblematiek aangepakt?

Kwelwater is grondwater dat uit de grond komt. In het gebied tussen Gennep en Mook ontstaat kwel als gevolg van waterdruk vanuit de stuwwal in combinatie met stijgende waterstanden in de Maas. Het gebied heeft van nature dus te maken met het fenomeen kwel, en de hoeveelheid kwelwater neemt tijdelijk toe als waterstanden in de Maas stijgen.

Indien kwelwater als gevolg van hoogwater voor te grote problemen zorgt, is een van de mogelijkheden om het watersysteem in het gebied aan te passen. Of en welke aanpassingen dan mogelijk zijn, is in dit stadium van de verkenning nog niet te zeggen. Dit onderwerp zal in de vervolgfase van het project, de planuitwerkingsfase, nader bekeken worden.