Lob van Gennep: wat zijn de feiten?

Er wordt druk gesproken en geschreven over het project Lob van Gennep. Soms zitten er ook berichten tussen die niet helemaal waar zijn. En dat maakt het lastig voor mensen om een beeld over het project te vormen. Hieronder heeft het projectteam daarom een aantal feiten op een rij gezet. Deze lijst wordt de komende weken aangevuld.

Feiten over de planning van het project

  1. Er is nog geen keuze gemaakt
    Er is absoluut nog geen keuze gemaakt. Dit jaar, in 2020, worden de drie alternatieven Reguliere Dijken, Verbindende Dijken met vaste drempel(s) en Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening gelijkwaardig uitgewerkt en onderzocht. Eind 2021 neemt de minister een besluit over het voorkeursalternatief.

Feiten over de drie alternatieven

  1. De beoordeling van de alternatieven gebeurt aan de hand van zes criteria
    Aan het eind van de verkenningsfase wordt uit de drie kansrijke alternatieven een voorkeursalternatief gekozen. Dit gebeurt aan de hand van een beoordelingskader dat uit zes criteria bestaat.

    1. Verbeteren hoogwaterbescherming: het alternatief verkleint de kans op overstroming van het gebied ten opzichte van de huidige situatie. De dijken voldoen ten minste aan de wettelijke waterveiligheidsnorm van 1/300 per jaar.

    2. Verbeteren waterbergende werking: het alternatief verlaagt bij extreem hoogwater de waterstanden stroomafwaarts ten opzichte van de huidige situatie. Dat is bij een hoogwater dat extremer is dan waar het gebied volgens de wettelijke waterveiligheidsnorm tegen beschermd moet worden.

    3. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit: het alternatief behoudt, verbindt en versterkt de bestaande landschappelijke, cultuurhistorische, toeristisch-recreatieve en natuurlijke kwaliteiten.

    4. Draagvlak: het alternatief heeft begrip en draagvlak onder bewoners, bedrijven, overheden en andere betrokkenen.

    5. Omgeving en milieu: de effecten van het alternatief op milieu- en leefomgeving in vergelijking met de huidige situatie. Deze effecten worden in beeld gebracht in het milieueffectrapport.

    6. Balans tussen kosten en dekking: de balans tussen kosten en dekking van het alternatief. Dit wordt in kaart gebracht aan de hand van een kostenraming en dekkingsoverzicht.
       

  2. Het alternatief Reguliere Dijken is een serieuze optie
    Het alternatief Reguliere Dijken is één van de drie kansrijke alternatieven die in de verkenning wordt uitgewerkt. Bij dit alternatief worden de bestaande dijken hoger en sterker en wordt het gebied beschermd tegen hoogwater volgens de wettelijke waterveiligheidsnorm. Dat is in de Lob van Gennep een overstromingskans van 1/300ste per jaar.
     
  3. De waterkerende instroomvoorziening gaat pas open bij zeer extreem hoogwater en niet open bij een calamiteit
    Het moment van openen van de waterkerende instroomvoorziening wordt vastgelegd in een protocol. Dit protocol wordt soortgelijk als bij andere waterstaatkundige bouwwerken in Nederland.

    In het protocol zijn criteria bepaald zoals waterstanden en waterafvoeren. Als de criteria zich voordoen, opent de constructie. Dit gebeurt pas bij zeer extreem hoogwater in de Maas. De kans dat zo’n hoogwater optreedt, is ongeveer 1/3.000 per jaar. Dit is een hoogwater dat extremer is dan waartegen het gebied volgens de wettelijke waterveiligheidsnorm tegen beschermd moet zijn. Een calamiteit, zoals bijvoorbeeld een schip dat stroomafwaarts tegen een dijk aanvaart, valt niet onder de criteria zoals die in het protocol worden opgenomen.

  4. Elk alternatief volgt zoveel mogelijk de reeds aanwezige dijk
    De bestaande dijk om de Lob van Gennep is circa 14 kilometer lang. Deze wordt bij elk van de drie alternatieven verhoogd en versterkt. Op plekken waar nu geen dijk is, volgt het (nieuwe) tracé waar mogelijk het aanwezige reliëf in het landschap. Hierbij respecteren we karakteristieke terrasranden en bestaande landschappelijke structuren en sluiten we aan op de aanwezige hoge gronden.

    Na de zomer starten de werkateliers waarin we samen met bewoners die direct wonen en werken aan de dijk concreet aan de slag gaan met het verkennen en onderzoeken van maatregelen voor de dijkversterking en de directe omgeving. Er wordt onderzocht welke vorm van dijkversterking het meest aansluit op de kwaliteiten van de omgeving en met welke mogelijke ruimtelijke maatregelen we het gebied op en nabij de dijk kunnen versterken. Naar verwachting is de dijk na realisatie circa 17 kilometer, omdat enkele nieuwe stukken dijk aangelegd moeten worden.

    Bij elke van de drie alternatieven past een eigen dijkhoogte. Bij Reguliere Dijken is deze het laagst, en bij Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening is deze het hoogst. Dat betekent dat de maatregel van dijkversterking per alternatief kan verschillen omdat de consequenties voor bijvoorbeeld het landschap of aanwonenden anders kunnen zijn. Ook dat wordt in de werkateliers bekeken.

  5. De dijken worden bij alle alternatieven hoger en breder
    De dijken voldoen na uitvoering van het project aan de wettelijke waterveiligheidsnorm. Daarbij is rekening gehouden met de effecten van de verwachte klimaatverandering. De huidige dijken worden sterker en hoger, al is de verhoging die nodig is niet overal in het gebied gelijk. Ook zijn er verschillen tussen de drie alternatieven. We werken op dit moment ook nog met een bandbreedte (+/- 0,2 m), omdat tussen nu en de uiteindelijke uitvoering van de versterking nog sprake kan zijn van nieuwe inzichten. De verwachte dijkverhoging ten opzichte van de huidige situatie, bedraagt op het grootste deel van het dijktraject:

    • bij het alternatief Reguliere Dijken circa 0,5 tot 0,8 meter;

    • bij het alternatief Verbindende Dijken met vaste drempel(s) circa 0,8 tot 1,1 meter;

    • bij het alternatief Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening circa 0,9 tot 1,2 meter.

Een hogere dijk zal ook breder zijn. Op diverse locaties is daarnaast nog een extra verbreding van de dijk nodig, omdat de dijk anders onvoldoende sterkte heeft. Na de zomer wordt in werkateliers met aanwonenden gewerkt aan de inpassing van de dijkversterkingsmaatregelen in de omgeving.

  1. De dijken moeten in alle alternatieven op elkaar aangesloten worden
    Op sommige delen ontbreken nu dijken. Dit speelt bijvoorbeeld in delen van Milsbeek en in delen van Ven-Zelderheide. Daar zorgen de van nature aanwezige hoge gronden voor bescherming. Voor het voldoen aan de nieuwe waterveiligheidsnorm zijn deze echter niet hoog genoeg. Maatregelen zijn hier nodig om de bestaande dijken via de hoge gronden op elkaar aan te sluiten. In de werkateliers wordt met aanwonenden onderzocht waar mogelijke nieuwe tracés van de dijk kunnen komen te liggen en of dit via een verhoging van de hoge gronden kan of via nieuwe dijken.

  2. De overstromingskans ‘1/3.000 per jaar’ bij alternatief 3 komt voort uit de waterveiligheidsnorm van stroomafwaarts gelegen dijktrajecten
    In het alternatief 3 Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening wordt de overstromingskans voor de Lob van Gennep verkleind tot 1/3.000 per jaar. Dit komt overeen met de norm van dijktrajecten stroomafwaarts, die een veiligheidsnorm van 1/3.000 per jaar (of hoger) hebben.
    De dijken stroomafwaarts zijn sterk en hoog genoeg om de hoogwaterstanden die horen bij een overstromingskans van 1/3.000 tegen te houden. Er is daarom geen reden om de waterkerende instroomvoorziening eerder in te zetten.

Feiten over de opgave van het project

  1. Het gebied wordt niet opgeofferd
    Het gebied krijgt de wettelijke bescherming tegen hoogwater, net als de rest van Nederland. Elk van de drie alternatieven zorgt voor een verbetering van de waterveiligheid in het gebied conform de wettelijke norm. En elk van de drie alternatieven zorgt voor een waterstandsverlaging stroomafwaarts, zonder dat dit ten koste gaat van de waterveiligheid van het gebied. En dus wordt het gebied niet opgeofferd.
     
  2. Iedere Nederlander die achter een dijk woont heeft dezelfde basisveiligheid
    Sinds 1 januari 2017 geldt in Nederland een nieuwe norm voor waterveiligheid. Deze norm gaat uit van de kans op overstroming en de mogelijke gevolgen. Om de kans op overstroming te beperken, worden eisen aan de dijk gesteld, zoals de sterkte ervan. Dit is vertaald in een wettelijke norm, die per dijktraject kan verschillen. Voor de Lob van Gennep is de waterveiligheidsnorm 1/300 per jaar.

    Bij het bepalen van de norm is gekeken naar de kans dat er slachtoffers zijn, naar de economische schade en is ervoor gezorgd dat iedereen dezelfde basisveiligheid krijgt. Deze basisveiligheid is voor iedereen in Nederland hetzelfde: de kans op overlijden door een overstroming mag voor niemand groter zijn dan 1 op 100.000 per jaar.

  3. Klimaatverandering heeft invloed op de waterafvoer van de Maas
    Klimaatverandering zorgt voor steeds extremere weersomstandigheden. Dit betekent drogere zomers, nattere winters en extremere piekbuien. De waterstanden in de Maas kunnen door die regenval in korte tijd snel stijgen. Hier moeten de dijken langs de gehele Maas op voorbereid worden, zodat iedereen beschermd blijft tegen hoogwater.

    Het project Lob van Gennep maakt gebruik van de meest recente inzichten over klimaatverandering, zoals het KNMI ons adviseert. We kijken daarbij vooruit naar het jaar 2075. Door klimaatverandering neemt de kans op extreme Maasafvoeren en daarmee extreem hoogwater in de toekomst toe. We houden rekening met de verwachte toename tot het jaar 2075, zodat de dijken na realisatie voor een lange periode voldoen aan de wettelijke veiligheidsnorm van 1/300 per jaar.

    Op de website www.checkmijnklimaat.nl kun je zien wat klimaatverandering voor jou betekent. In de KNMI Speciaal ‘Extreem weer’ lees je meer informatie over de gevolgen van klimaatverandering.

  4. De spoorbrug bij Mook is geen onderdeel van het MIRT of Deltaprogramma
    Op dit moment is de spoorbrug bij Mook geen project dat onderdeel is van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), noch van het nationale Deltaprogramma. Of en wanneer dit een project zou kunnen worden, is niet bekend. Wel is bekend dat de pijlers van de brug voor enige opstuwing in de Maas zorgen, vanaf het moment dat de waterstand boven het stuwpeil uitkomt. Bij de bepaling van waterstanden houden we rekening met de spoorbrug. Dit geldt voor elk van de drie alternatieven.

  5. Het project ‘Ruimte voor de Maas bij Oeffelt’ pakt de flessenhals onder de verbindingsweg Oeffelt-Gennep aan
    Onder de verbindingsweg Oeffelt-Gennep (N264) is een smalle waterdoorgang. Deze ‘flessenhals’ zorgt stroomopwaarts hiervan voor hogere waterstanden in de Maas. Het project ‘Ruimte voor de Maas bij Oeffelt' (waarvan de provincie Noord-Brabant trekker is) moet ervoor zorgen dat bij hoogwater de waterstand afneemt (zie de factsheet). Dit gebeurt door het verwijderen van delen van het huidige landhoofd bij de brug (aan Oeffeltse zijde) waardoor de doorstroomopening verbreedt, en door het verlagen van de uiterwaard.

  6. Op de AHN-viewer kan iedereen de hoogte van zijn/haar perceel zien
    Ga daarvoor naar de website van het Actueel Hoogtebestand Nederland. Door in te zoomen of een adres/plaats in te vullen, kun je gebieden van dichtbij bekijken. Wanneer je op de locatie van jouw perceel klikt, verschijnt informatie over de hoogte in meters.

Feiten over de overstromingskans

  1. Overstroming van het gebied kan bij hoogwater optreden, ongeacht het alternatief
    Dijken beschermen Nederland tegen hoogwater. Er bestaat echter altijd een kans op overstroming. Dit geldt voor de huidige situatie in de Lob van Gennep en ook na uitvoering van het project. In de nieuwe situatie worden dijken hoger en sterker en wordt de kans op overstroming kleiner. Dit geldt voor elk van de drie alternatieven.
    Het gebied overstroomt als het water in de Maas hoger staat dan de hoogte van de dijk of de drempel. Dit geldt voor Reguliere Dijken en ook voor Verbindende Dijken met drempel(s). Bij Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorziening stroomt ook water het gebied in, maar dat gebeurt pas bij extremere hoogwaters dan bij de andere twee alternatieven. Bij alle alternatieven blijft een kans op overstroming aanwezig, maar door het project wordt die kans wel kleiner.

Feiten over inspraak

  1. Het project hoort het geluid tegen de waterkerende instroomvoorziening
    Het project hoort de geluiden tegen het alternatief met de ‘schuif’. Het project brengt deze geluiden over in de stuurgroep Lob van Gennep. En deze zullen meespelen bij de te maken keuze aan het einde van de verkenning voor een voorkeursalternatief.

Feiten over de status van het gebied en schadevergoeding

  1. De minister heft status rivierbed Lob van Gennep op
    Tijdens een bestuurlijk overleg met de regio heeft minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) besloten om de status rivierbed achter dijken in de Limburgse Maasvallei te laten vervallen. Zodra de dijk versterkt wordt, wordt de status rivierbed opgeheven. Het gaat om 46 dijktrajecten, waaronder de Lob van Gennep. De binnendijkse gebieden achter de dijken in de Limburgse Maasvallei hadden tot nu als enige in Nederland de rivierbed status. Dit was vastgelegd in de Beleidslijn Grote Rivieren.

  2. Tegemoetkoming schadevergoeding na overstroming wordt voor iedereen gelijk
    Door de status rivierbed op te heffen, wordt het recht op tegemoetkoming van schadevergoeding na een overstroming voor iedereen gelijk. Op dit moment hebben inwoners die gebouwd of verbouwd hebben na april 1996 geen recht op tegemoetkoming bij schade. Deze situatie zorgde voor grote onzekerheid en onrust bij bewoners, agrariërs en bedrijven. Met het besluit maakt de minister een einde aan de ongelijkheid en onrust hierover.

  3. Het gebied zit niet langer op slot - geen vergunning meer nodig voor bouw of uitbreiding
    De status rivierbed op een gebied betekent dat bewoners en ondernemers van buiten de dorpskernen niet zonder vergunning van het Rijk kunnen bouwen of uitbreiden. Door het opheffen van de status rivierbed wordt ruimte voor ontwikkelingen gecreëerd. Dit is gunstig voor de gemoedsrust en voor de leefbaarheid, economische ontwikkelingen en de werkgelegenheid in de gebieden. Voor de Lob van Gennep wordt overgestapt van een individuele vergunningplicht naar een langjarige gebiedsontwikkelruimte. Voor 1 januari 2021 geven Rijk en regio gezamenlijk richting aan de kaders en het (wettelijk) instrumentarium voor deze gebiedsontwikkelruimte.