De Lob van Gennep op dit moment 

  • De Lob van Gennep is een gebied tussen Gennep en Mook en is onderdeel van de Maas. Dit is middels de wet geregeld.
  • Dit betekent bijvoorbeeld dat er strenge regelgeving geldt voor het bouwen in het gebied. Ruimte moet behouden blijven voor berging van hoogwater.
  • Het gebied stroomt in de huidige situatie in bij hoogwater. Denk aan waterstanden die horen bij Maasafvoeren die ca. 20% hoger zijn dan in ‘93 en ’95.
  • Hoogwater stroomt dan ter hoogte van de Kroonbeek over de N271 het gebied in, omdat daar een verlaging in de dijk aanwezig is.
  • Water wordt in het gebied geparkeerd, zodat waterstanden stroomafwaarts afnemen.
  • De waterstandsverlaging werkt tot wel 100 kilometer verderop door, dat is tot aan de Biesbosch en heeft effect op 200 kilometer dijken.

Oplossingsrichtingen 

Een eerste stap in de verkenning is het in beeld brengen van de verschillende oplossingsrichtingen, de zogeheten alternatieven. Die alternatieven moeten de drie doelen realiseren. In de verkenning zijn tot nu toe twee alternatieven in beeld – mogelijk komt er nog een nieuwe bij door inbreng vanuit de omgeving. Dit betekent dat er tot nu toe drie keuzes mogelijk zijn, die we hieronder kort toelichten.

  1. De huidige situatie handhaven (niets doen)
  2. Alternatief Dubbele dijken
  3. Alternatief Verbindende dijken

  

 

1. De huidige situatie handhaven

De huidige dijken blijven zoals ze nu zijn. We verhogen of versterken ze niet. Het enkel verhogen en versterken, zonder aanvullende maatregelen, is niet mogelijk omdat de waterbergende werking behouden moet blijven. Het gebied is namelijk onderdeel van de Maas en dat is ook zo verankerd in de wet. Door enkel de dijken te verhogen, gaat de waterbergende werking van het gebied voor een belangrijk deel verloren.

Wat betekent dit?

  • Er verandert niets in het gebied. De bescherming tegen hoogwater neemt de komende jaren af, aangezien de waterstanden op termijn hoger worden. De kans op overstroming zal door klimaatverandering toenemen.
  • Er verandert niets wat betreft waterberging. Het gebied blijft via de huidige verlaging in de dijk instromen bij hoogwater, zodat water in het gebied geparkeerd kan worden.


In technische termen

  • De kans dat Maaswater in het gebied komt te staan is groter dan 1/300 per jaar, waarmee de bescherming tegen hoogwater op dit moment niet voldoet aan de wettelijke norm. Met niets doen neemt in de toekomst de kans op Maaswater in het gebied flink toe.
  • Bij waterstanden die horen bij Maasafvoeren vanaf ca. 3.600 m3 per seconde stroomt water het gebied in, waar het hoogwater tijdelijk geborgen wordt. Dit zijn waterstanden die horen bij Maasafvoeren die ca. 20% hoger zijn dan in ’93 en ’95.

 

2. Dubbele dijken

In het alternatief Dubbele dijken verhogen en versterken we de huidige dijken aan de Maas en Niers. Deze dijken worden ca. 0,5 tot 1 meter hoger. Daarnaast leggen we om de dorpskernen, waar nu geen dijken liggen, nieuwe dijken aan van ca. 1 tot 3 meter hoog ten opzichte van het maaiveld. Ook realiseren we tussen Ottersum en Milsbeek een zogeheten waterkerende instroomvoorziening (ter plaatse van de Kroonbeek). 

Wat betekent dit?

  • Het gehele gebied wordt beter beschermd dan in de huidige situatie.
  • Het middengebied stroomt bij extreem hoogwater in via de waterkerende instroomvoorziening. Deze instroming vindt op een later moment plaats (anders gezegd: kent een kleinere kans) dan in de huidige situatie. Hoogwater stroomt pas het middengebied in als er ca. 50% meer water door de Maas stroomt dan in ’93 en ’95.
  • De dorpskernen zijn voor hun bescherming tegen hoogwater afhankelijk van de dijken langs de Maas. Deze worden aangelegd conform de wettelijke norm. Deze dijken worden daarmee hoger en sterker dan nu, maar zullen niet berekend zijn op de extreme hoogwaters waarbij waterberging plaatsvindt in het middengebied.
  • Let op: het gebied waar water wordt geborgen (het middengebied) krijgt daarmee een betere bescherming dan de kernen.Dit is verwarrend. De dijken rondom de dorpen waren in dit alternatief namelijk bedoeld om de dorpen beter te beschermen dan het middengebied, maar dit blijkt anders uit te pakken. Omdat de tijdelijke berging van water pas bij zeer extreme waterstanden nodig is, extremer dan de situaties waar het gebied volgens de norm tegen beschermd moet zijn, blijkt het gebied waar water geborgen moet worden, veiliger te worden dan de dorpskernen.
  • Met dit alternatief is stroomafwaarts een lagere waterstand mogelijk van gemiddeld 2 tot 5 centimeter tot aan de Biesbosch. Dit heeft effect op ca. 200 km dijken aan de Bedijkte Maas.
  • Door deze nieuwe inzichten blijkt dit alternatief minder logisch te zijn dan vooraf was ingeschat.

In technische termen

  • De kans op Maaswater wordt in de dorpskernen conform de waterveiligheidsnorm 1/300 per jaar.
  • Voor het middengebied geldt dat de kans op Maaswater in het gebied kleiner wordt dan de norm van 1/300 per jaar. Dit gebied krijgt dan een betere bescherming tegen hoogwater dan de dijktrajecten om de dorpskernen.
  • De dorpskernen worden beschermd door dijken die op basis van de waterveiligheidsnorm bestand moeten zijn tegen Maasafvoeren van 4.100 tot 4.500 m3 per seconde.
  • Voor het bergen van water stroomt water het middengebied in bij Maasafvoeren van ca. 4.700 tot 5.200 m3 per seconde.
  • Bij deze Maasafvoeren zal voor verreweg de meeste Limburgse dijktrajecten al sprake zijn van overstroming.

 

3. Verbindende dijken

In het alternatief Verbindende dijken verhogen en versterken we de huidige dijken aan de Maas en de Niers. Deze dijken worden ca. 0,5 tot 1,5 meter hoger. Ook realiseren we tussen Ottersum en Milsbeek een zogeheten waterkerende instroomvoorziening (ter plaatse van de Kroonbeek). 
 

Wat betekent dit?

  • Het gehele gebied wordt beter beschermd dan in de huidige situatie. Er is zelfs sprake van extra veiligheid ten opzichte van de waterveiligheidsnorm. Hoeveel extra volgt uit het onderzoek in de verdere verkenning.
  • Het gebied kan net als nu instromen voor tijdelijke berging van water, maar dit gebeurt pas bij extremere Maasafvoeren (met een kleinere kans van voorkomen) dan in de huidige situatie. Hoogwater stroomt pas het gebied in als er ca. 50% meer water door de Maas stroomt dan in ’93 en ’95.
  • De dijken ten oosten van de instroomvoorziening, vanaf  Ottersum tot en met Ven-Zelderheide, worden verhoogd met 0,5 tot 1 meter. De dijken van Mook tot aan de instroomvoorziening worden verhoogd met 0,5 tot 1,5 meter. In vergelijking  met het alternatief Dubbele dijken is dit enkele decimeters tot een halve meter extra. In de eerste plaats om het water langer buiten te houden en ten tweede om het water in zeer extreme omstandigheden bij het tijdelijk bergen van hoogwater beter vast te kunnen houden.
  • Er wordt geen onderscheid gemaakt in deelgebieden, er worden geen extra dijken geïntroduceerd in het landschap en iedereen in het gebied krijgt dezelfde (hogere) bescherming.
  • Met dit alternatief is stroomafwaarts een lagere waterstand mogelijk van gemiddeld 12 tot 16 centimeter tot aan de Biesbosch. Dit heeft effect op ca. 200 km dijken aan de Bedijkte Maas.

In technische termen

  • Voor het gehele gebied geldt dat de kans op Maaswater in het gebied kleiner wordt dan de norm van 1/300 per jaar. Het gehele gebied krijgt dan een betere bescherming tegen hoogwater dan volgens de waterveiligheidsnorm vereist is.

  • Voor het bergen van water stroomt het gebied via een waterkerende instroomvoorziening in bij een Maasafvoer van ca. 4.700 tot 5.200 m3 per seconde.