De Lob van Gennep 

De Lob van Gennep is er enerzijds op gericht om het gebied tussen Mook en Gennep beter te beschermen tegen hoogwater door de huidige dijken hoger en sterker te maken en anderzijds op het verbeteren van de nu al aanwezige waterbergende werking.

Oplossingsrichtingen

Momenteel bevindt het project zich in de verkenningsfase. Het project is gestart met het voorleggen van twee oplossingsrichtingen aan de omgeving. Daarna zijn er vanuit de omgeving een vijftal nieuwe ideeën aangedragen. Deze vijf worden de komende periode onderzocht. Wat houden deze oplossingsrichtingen in? Hieronder volgt een beknopte uitleg. 

 

 

Oorspronkelijk twee mogelijke oplossingsrichtingen

 

De huidige situatie handhaven

De huidige dijken blijven zoals ze nu zijn. We verhogen of versterken ze niet. Dat is in feite geen oplossing. Maar dit scenario dient als nulmeting of referentie voor de andere twee oplossingsrichtingen.

Wat betekent dit?

  • Er verandert niets in het gebied. De bescherming tegen hoogwater neemt de komende jaren af, aangezien de waterstanden op termijn hoger worden. De kans op overstroming zal door klimaatverandering toenemen.
  • Er verandert niets wat betreft waterberging. Het gebied blijft via de huidige verlaging in de dijk instromen bij hoogwater, zodat water in het gebied geparkeerd kan worden.


In technische termen

  • De kans dat Maaswater in het gebied komt te staan is groter dan 1/300 per jaar, waarmee de bescherming tegen hoogwater op dit moment niet voldoet aan de wettelijke norm. Met niets doen neemt in de toekomst de kans op Maaswater in het gebied flink toe.
  • Bij waterstanden die horen bij Maasafvoeren vanaf ca. 3.600 m3 per seconde stroomt water het gebied in, waar het hoogwater tijdelijk geborgen wordt. Dit zijn waterstanden die horen bij Maasafvoeren die ca. 20% hoger zijn dan in ’93 en ’95.

 

1. Dubbele dijken

In het alternatief Dubbele dijken verhogen en versterken we de huidige dijken aan de Maas en Niers. Deze dijken worden ca. 0,5 tot 1 meter hoger. Daarnaast leggen we om de dorpskernen, waar nu geen dijken liggen, nieuwe dijken aan van ca. 1 tot 3 meter hoog ten opzichte van het maaiveld. Ook realiseren we tussen Ottersum en Milsbeek een zogeheten waterkerende instroomvoorziening (ter plaatse van de Kroonbeek). 

Wat betekent dit?

  • Het gehele gebied wordt beter beschermd dan in de huidige situatie.
  • Het middengebied stroomt bij extreem hoogwater in via de waterkerende instroomvoorziening. Deze instroming vindt op een later moment plaats (anders gezegd: kent een kleinere kans) dan in de huidige situatie. Hoogwater stroomt pas het middengebied in als er ca. 50% meer water door de Maas stroomt dan in ’93 en ’95.
  • De dorpskernen zijn voor hun bescherming tegen hoogwater afhankelijk van de dijken langs de Maas. Deze worden aangelegd conform de wettelijke norm. Deze dijken worden daarmee hoger en sterker dan nu, maar zullen niet berekend zijn op de extreme hoogwaters waarbij waterberging plaatsvindt in het middengebied.
  • Let op: het gebied waar water wordt geborgen (het middengebied) krijgt daarmee een betere bescherming dan de kernen.Dit is verwarrend. De dijken rondom de dorpen waren in dit alternatief namelijk bedoeld om de dorpen beter te beschermen dan het middengebied, maar dit blijkt anders uit te pakken. Omdat de tijdelijke berging van water pas bij zeer extreme waterstanden nodig is, extremer dan de situaties waar het gebied volgens de norm tegen beschermd moet zijn, blijkt het gebied waar water geborgen moet worden, veiliger te worden dan de dorpskernen.
  • Met dit alternatief is stroomafwaarts een lagere waterstand mogelijk van gemiddeld 2 tot 5 centimeter tot aan de Biesbosch. Dit heeft effect op ca. 200 km dijken aan de Bedijkte Maas.
  • Door deze nieuwe inzichten blijkt dit alternatief minder logisch te zijn dan vooraf was ingeschat.

In technische termen

  • De kans op Maaswater wordt in de dorpskernen conform de waterveiligheidsnorm 1/300 per jaar.
  • Voor het middengebied geldt dat de kans op Maaswater in het gebied kleiner wordt dan de norm van 1/300 per jaar. Dit gebied krijgt dan een betere bescherming tegen hoogwater dan de dijktrajecten om de dorpskernen.
  • De dorpskernen worden beschermd door dijken die op basis van de waterveiligheidsnorm bestand moeten zijn tegen Maasafvoeren van 4.100 tot 4.500 m3 per seconde.
  • Voor het bergen van water stroomt water het middengebied in bij Maasafvoeren van ca. 4.700 tot 5.200 m3 per seconde.
  • Bij deze Maasafvoeren zal voor verreweg de meeste Limburgse dijktrajecten al sprake zijn van overstroming.

 

2. Verbindende dijken

In het alternatief Verbindende dijken verhogen en versterken we de huidige dijken aan de Maas en de Niers. Deze dijken worden ca. 0,5 tot 1,5 meter hoger. Ook realiseren we tussen Ottersum en Milsbeek een zogeheten waterkerende instroomvoorziening (ter plaatse van de Kroonbeek). 
 

Wat betekent dit?

  • Het gehele gebied wordt beter beschermd dan in de huidige situatie. Er is zelfs sprake van extra veiligheid ten opzichte van de waterveiligheidsnorm. Hoeveel extra volgt uit het onderzoek in de verdere verkenning.
  • Het gebied kan net als nu instromen voor tijdelijke berging van water, maar dit gebeurt pas bij extremere Maasafvoeren (met een kleinere kans van voorkomen) dan in de huidige situatie. Hoogwater stroomt pas het gebied in als er ca. 50% meer water door de Maas stroomt dan in ’93 en ’95.
  • De dijken ten oosten van de instroomvoorziening, vanaf  Ottersum tot en met Ven-Zelderheide, worden verhoogd met 0,5 tot 1 meter. De dijken van Mook tot aan de instroomvoorziening worden verhoogd met 0,5 tot 1,5 meter. In vergelijking  met het alternatief Dubbele dijken is dit enkele decimeters tot een halve meter extra. In de eerste plaats om het water langer buiten te houden en ten tweede om het water in zeer extreme omstandigheden bij het tijdelijk bergen van hoogwater beter vast te kunnen houden.
  • Er wordt geen onderscheid gemaakt in deelgebieden, er worden geen extra dijken geïntroduceerd in het landschap en iedereen in het gebied krijgt dezelfde (hogere) bescherming.
  • Met dit alternatief is stroomafwaarts een lagere waterstand mogelijk van gemiddeld 12 tot 16 centimeter tot aan de Biesbosch. Dit heeft effect op ca. 200 km dijken aan de Bedijkte Maas.

In technische termen

  • Voor het gehele gebied geldt dat de kans op Maaswater in het gebied kleiner wordt dan de norm van 1/300 per jaar. Het gehele gebied krijgt dan een betere bescherming tegen hoogwater dan volgens de waterveiligheidsnorm vereist is.

  • Voor het bergen van water stroomt het gebied via een waterkerende instroomvoorziening in bij een Maasafvoer van ca. 4.700 tot 5.200 m3 per seconde.


 

Vijf nieuwe alternatieven

Op dit moment zijn er vijf nieuwe oplossingsrichtingen ontstaan door het gesprek met de omgeving. Een eerste uitgewerkt nieuw alternatief is 'Klassieke dijken’. Dat komt neer op het louter versterken en verhogen van de bestaande dijken volgens de wettelijke norm. Een tweede alternatief is om de huidige dijken te verhogen en te versterken en van een vaste drempel te voorzien. Dit in plaats van een waterkerende instroomvoorziening.

Naast deze twee alternatieven zijn er nog drie ideeën. Zo is er een alternatief met een nieuwe dijk ter hoogte van de Pastoorsdijk. Ook is er een idee dat uitgaat van een waterberging nabij het Koningsven, waarbij het woongebied zoveel mogelijk wordt ontzien. Het laatste aangedragen idee bestaat uit dubbele dijken met noodmaatregelen op de Maas- en Niersdijken.

Keuze pas eind 2020

De voortgang wordt tijdens een nieuwe reeks informatiebijeenkomsten eind 2019 toegelicht. De zogenaamde Notitie Reikwijdte en Detailniveau komt daardoor wat later, begin 2020, ter inzage. Deze notitie beschrijft welke oplossingen we verder uitwerken en onderzoeken en welke effecten op milieu en leefomgeving we in beschouwing nemen. Pas eind 2020 adviseert de stuurgroep een oplossing aan de minister.