Alternatieven

Het project startte in het voorjaar van 2019 met het toelichten van de opgave, het aanreiken van twee mogelijke oplossingsrichtingen en het uitnodigen van bewoners om hun ideeën aan te dragen. Dit leidde tot twaalf mogelijke oplossingsrichtingen. Het project maakt bekend dat drie alternatieven kansrijk zijn en uitgewerkt worden in de verdere verkenning.

De gekozen alternatieven zijn: Reguliere Dijken, Verbindende Dijken met vaste drempel(s) en Verbindende Dijken met een waterkerende instroomvoorziening. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vind je meer informatie over deze alternatieven en de te onderzoeken milieueffecten.

2020: alternatieven uitwerken en gebied betrekken

In 2020 gaan we aan de slag om de drie alternatieven verder uit te werken. In een milieueffectenrapport worden voor de drie alternatieven alle effecten voor milieu, landschap en leefomgeving in kaart gebracht. Bij die uitwerking van de alternatieven en effectonderzoeken worden ook de mensen uit het gebied betrokken, onder meer via omgevingswerkgroepen en werkateliers.

Advies aan minister in 2021

Aan het eind van de verkenningsfase, in 2021, adviseert de stuurgroep de minister van Infrastuur en Waterstaat. De minister neemt vervolgens een voorkeursbeslissing. Voorafgaand aan het advies aan de minister wordt de concept voorkeursbeslissing samen met het milieueffectrapport ter inzage gelegd, zodat het mogelijk is om hierop te reageren.

 

 

 

Drie kansrijke alternatieven

Reguliere Dijken

  • Dijken worden verhoogd en versterkt conform de wettelijke waterveiligheidsnorm, waarmee de overstromingskans in het gebied wordt verkleind tot 1/300 per jaar.

Toelichting:

Dit alternatief bestaat uit het uitvoeren van dijkverbeteringsmaatregelen om het dijktraject te laten voldoen aan de wettelijke waterveiligheidsnorm. De overstromingskans van het gebied wordt hiermee verkleind tot 1/300 per jaar.

In de toekomst is er geen sprake meer van een verlaging in de dijk, zoals deze nu wel aanwezig is bij de N271 ter hoogte van de Kroonbeek. Er worden in de basis geen specifieke maatregelen genomen gericht op de waterbergende functie van het gebied.

 

 

Verbindende Dijken met vaste drempel(s)

  • Dijken worden verhoogd en versterkt conform de wettelijke waterveiligheidsnorm, waarmee de overstromingskans in het gebied wordt verkleind tot 1/300 per jaar.
  • Er komt een vaste drempel ter hoogte van de N271, nabij de Kroonbeek; een hoogwater van de Maas moet dan over een drempel heen.
  • Mogelijk zijn meerdere of langere drempels nodig.
  • De hoogte van de drempel(s) en dijken is zodanig dat in elk geval aan de waterveiligheidsnorm van 1/300 per jaar wordt voldaan en mogelijk hoger. Dit betekent dat de dijken en drempels een gelijke hoogte hebben of hoger zijn dan Reguliere Dijken.

Toelichting:

Bij ‘Verbindende dijken met vaste drempel(s)’ worden de dijken verhoogd en versterkt op basis van de waterveiligheidsnorm en worden aanvullend maatregelen getroffen om de waterbergende werking van het gebied te verbeteren. Op één of meerdere plaatsen worden zogenaamde vaste drempels gemaakt. Bij extreem hoogwater stroomt het water over de drempel(s) het gebied in. Ter plekke van deze drempel(s) wordt de dijkhoogte zodanig geoptimaliseerd dat voldaan wordt aan de waterveiligheidsnorm, maar dat ook de waterbergende werking verder wordt verbeterd. De hoogte, de lengte, de locatie en het aantal drempels is een ontwerpopgave voor verdere uitwerking. De aanliggende dijken, naast de drempels, worden mogelijk wat hoger gemaakt. Bij extreme Maasafvoeren stroomt het gebied hierdoor het eerst in op de daarvoor aan te wijzen locaties, waar bijvoorbeeld geen sprake is van bebouwing direct achter de dijk.

Op andere delen van het dijktraject kan ook sprake zijn van een (beperkte) extra verhoging van de dijk, om het water beter te keren (buiten te houden) en in de extreme omstandigheden dat waterberging plaatsvindt, beter tijdelijk vast te kunnen houden. Hiervoor is ook een nieuwe dijk in het gebied nodig. Deze zal een verbinding moeten vormen tussen de keersluis bij Mook en de stuwwal. Als het gebied is volgelopen en het hoogwater op de Maas weer begint te zakken, stroomt het waterbergingsgebied weer leeg via een aantal uitstroomvoorzieningen en de keersluis bij Mook. Deze uitstroomvoorzieningen zullen hiervoor aangepast worden.

Met de aanpassingen aan de dijken rond het gebied wordt ervoor gezorgd dat het wettelijke veiligheidsniveau gehaald wordt; een overstromingskans van in ieder geval 1/300 per jaar en mogelijk een hoger veiligheidsniveau.

 

 

Verbindende Dijken met waterkerende instroomvoorzienig

  • Dijken worden verhoogd en versterkt conform de wettelijke waterveiligheidsnorm.
  • Er komt een waterkerende instroomvoorziening ter hoogte van de N271, nabij de Kroonbeek, waarmee de inzet van de waterberging gericht kan worden op alleen zeer extreme afvoeren (kans 1/3.000 of kleiner).
  • De dijken moeten hiervoor hoger en sterker gemaakt worden dan de norm, waarmee de overstromingskans in gebied wordt verkleind tot 1/3.000 per jaar.

Toelichting:

In dit alternatief worden de dijken verhoogd en versterkt en wordt een waterkerende instroomvoorziening aangebracht ter hoogte van de kruising van de Kroonbeek met de N271. Dit is een constructie die in de meeste situaties het water tegenhoudt en hiermee verreweg het grootste deel van de tijd functioneert als een waterkering. Pas als het écht nodig is voor de dijken stroomafwaarts worden de schuiven of kleppen in de constructie stapsgewijs geopend. Doordat het moment van waterberging bij dit alternatief stuurbaar is, kan dit uitgesteld worden tot de hoogwaters die bepalend zijn voor de dijkhoogtes van de stroomafwaarts gelegen dijken met een hogere waterveiligheidsnorm: 1/3.000 per jaar. Dit gebeurt bij een extreem hoogwater, extremer dan waar de dijken voor de Lob van Gennep volgens de waterveiligheidsnorm tegen bestand horen te zijn.

Omdat het dan ook voor de dijken stroomafwaarts het gunstigst is als het water niet te vroeg de Lob van Gennep instroomt, gaan waterberging en veiligheid voor het gebied zelf hier goed samen. Om het bergen van water in de zeer extreme omstandigheden met zekerheid goed te laten functioneren, is het nodig om de dijken rond het gebied Lob van Gennep extra te verhogen en te versterken. Dit is voor een belangrijk deel om te voorkomen dat water te vroeg het gebied kan instromen en voor een deel om het water in het gebied beter tijdelijk vast te kunnen houden.

Doordat een optimale waterberging hier vraagt om extra hoge en sterke dijken, is het bij dit alternatief mogelijk om het beschermingsniveau te verbeteren tot 1/3.000 per jaar. De bescherming tegen hoogwater wordt hiermee veiliger dan nodig is vanuit de waterveiligheidsnorm van het gebied zelf.

Om het water in het gebied beter tijdelijk vast te kunnen houden, is ook een nieuwe dijk in het gebied nodig. Deze zal een verbinding moeten vormen tussen de keersluis bij Mook en de stuwwal. In de verkenning wordt verder onderzocht of het verlagen van het maaiveld in het gebied achter de instroomvoorziening nodig of wenselijk is. Als het gebied is volgelopen en het hoogwater op de Maas weer begint te zakken, stroomt het waterbergingsgebied weer leeg via een aantal uitstroomvoorzieningen en de keersluis bij Mook. Deze uitstroomvoorzieningen zullen hiervoor aangepast worden.