Het effect van aangepast stuwbeheer op waterstandsverlaging

Regelmatig wordt aan het projectteam gevraagd of een aangepast stuwbeheer in de Maas, met name het eerder openen (‘strijken’) van de stuwen, een verlagend effect op de hoogwaterstanden van de rivier kan hebben. Aan de hand van een aantal vragen leggen we uit waarom het eerder strijken van de stuwen geen invloed heeft op hoogwaterstanden in de Maas.
 

1. Wat zijn stuwen en waarom staan ze in de Maas?

Een stuw is een waterbouwkundige constructie die als doel heeft de waterstand in een rivier te controleren. Hierdoor blijft scheepsvaart ook bij lage waterstanden mogelijk. Een stuw is een soort deur die het water tegenhoudt, oftewel: opstuwt. Naast elke stuw is een sluis die schepen naar het volgende waterniveau brengt. De stuwen en sluizen zijn in de vorige eeuw gebouwd.
 

2. Huidig stuwbeheer bij hoogwater: wanneer worden de stuwen geopend?

Bij hoogwater gaan alle stuwen in de Maas geleidelijk open. Als eerste de stuw in Belfeld (vanaf ca. 1.000 m3/sec) en als laatste de stuwen bij Borgharen en Lith (bij ca. 1.700 m3/sec). Water stroomt vrij en nagenoeg ongehinderd en ongestuwd door de Maas. Bij ca. 2.000 m3/sec wordt de scheepvaart stilgelegd.
 

3. Leidt ingeval van hoogwater het eerder openen van de stuwen tot minder hoge waterstanden?

Nee: de stuwen worden al geopend bij Maasafvoeren tussen de 1.000 en 1.700 m3/s. Bij deze afvoeren leidt het openen tot een verlaging van de waterstanden. Bij een hoogwater, wanneer de Maasafvoer toeneemt tot bijvoorbeeld 3.000 m3/s, zijn de stuwen dus al geopend en is er geen invloed meer op de waterstanden.
 

NB: Dijken in Limburg worden ontworpen op waterstanden die horen bij nog extremer hoogwater met Maasafvoeren die hoger zijn dan 3.000 m3/s.